Verslag 2010 volgt nog. Hieronder het verslag van 2008

 

Bali:

Eindelijk is het dan zover en kunnen Cas en ik weer samen naar Bali voor 4 weken. Voor mij is het 4 jaar
geleden dat ik dat prachtige eiland, die lieve mensen, de prachtige natuur, de speciale kruidige Bali geur en
dat rustige, achtergebleven leven weer opnieuw mag zien en beleven. Vele verschillende gevoelens schieten
door mij heen, de hele reis tot onze aankomst in het hotel. Midden in die bekende warme donkere nacht,
die diepe zwarte wollen deken vol met sterren. Blijheid, dankbaarheid, verwondering en natuurlijk nieuwsgierigheid.
Hoe zal het gaan met de mensen die ons lief zijn, hoe zal het gaan met de kinderen, zullen ze niet ziek zijn,
wat voor problemen zijn er, hoe zal het met de scholen gaan en vooral hoé hard heeft de armoede toegeslagen op
Bali en in het onderwijs? Welk hotel en restaurant zullen er failliet zijn, welke vader heeft ontslag gehad en welk gezin
heeft geen inkomen meer? Bali is net zo prachtig als anders, de mooie bergen, de prachtige natuur met die steeds
weer verschillende kleuren groen, de sawa’s (rijstvelden). Het landschap verandert steeds op Bali doordat er 2 sei-
zoenen zijn in het jaar, het droge en het natte seizoen, de verdroging en ontluiking. Ook de rijstvelden zorgen voor
verandering, soms herken je een bepaalde plek niet meer omdat dan de rijstvelden leeg, kort, halflang, hoog, geel
of groen zijn. In het rustige plaatsje Candidasa in het zuiden van Bali, is er inderdaad af een toe een restaurantje en
hotel failliet. Voor ons als toerist is dit niet zo erg want er zijn er nog genoeg over, maar voor de Balinezen is dit een
ramp omdat het inkomen van de Balinees afhankelijk is van het toerisme. Toch zijn er wat meer toeristen dan de
laatste keer dat wij op Bali waren, gelukkig maar, de toerist krijgt weer wat vertrouwen en dat wordt hoog tijd!

Ons hotel staat aan de zee, precies op dát punt waar wij zo van houden, de mooiste plek waar 3 rotsen uit zee 
omhoog komen. Het terras aan zee met de zwoele warme wind is een plaats waar wij veel zitten. De eerste week 
doen wij rustig aan, dit komt goed uit want we krijgen ondertussen veel visite. Gezinnen komen ons begroeten en 
bedanken voor wat Sama~Sama voor hen doet. Blij en verlegen zit men aan tafel en vele kinderen zijn geïnstrueerd 
om ons netjes te begroeten.
Voor ons is het een mooie kans om de kinderen en ouders wat beter te leren kennen en om foto’s te maken voor 
Sama~Sama. Dat lukt Cas wel aardig en schiet zo heel wat plaatsjes! Onder mom van ‘ik vind het zo leuk!’

Zoals het landschap steeds kan veranderen, zo verandert er op Bali en met afspraken ook van alles, heel vanzelf-
sprekend. Zo komt het dat de vergaderdag van Sama~Sama, het kiezen van de te bezoeken scholen én het kopen 
van de schoolspullen in het nauw komt. Hoe krijgen ze het toch voor elkaar die Balinezen! De schoolvakantie is eerder 
en langer dan ons is vertelt, dus moeten we alles klaar hebben in de resterende 3 schooldagen. Uit ervaring weten wij 
dat dit veranderlijke normaal is, overal gebeurt; wij drukke Westerlingen hebben daar vaak moeite mee. De koffer met 
meegenomen schriften, potloden, pennen, kleurtjes en passerdozen van onze donateurs in natura, worden snel en 
verantwoord op papier verdeeld over 2 scholen en leerkrachten. We hebben van 2 donateurs in totaal € 70,00 mee-
gekregen om op Bali schoolspullen te kopen, hier zijn we natuurlijk érg blij mee! Wij maken het bedrag rond naar 
€ 100,00, dat is even leuker. Dus kunnen we een lijst opmaken van materialen die nog nodig zijn. Gummen, punten-
slijpers, linialen en schriften hebben ónze voorkeur, maar nóg belangrijker is de voorkeur van leerkrachten en ouders.
De bedoeling was om alle schoolmaterialen te verdelen over 4 scholen, maar door tijdgebrek om die scholen te 
bezoeken wordt alles uiteindelijk verdeeld over 2 bekende scholen.
Donald en Tirta gaan inkopen doen en steunen zo de middenstand, wat hard nodig is. ’s Avonds laat laten ze ons 
trots zien wat er allemaal gekocht is. Een achterbak vol dozen en tassen! Donald en Ketut gaan thuis alles verdelen 
in tasjes, zodat we de volgende dag direct op pad kunnen. Eerst bezoeken wij de Lagere School in Manggis, 
SD No.4 klas 5, waar de jongens Sudarma en Sudarsana les krijgen. We komen aan ’s morgens voordat de school 
begint en kinderen lopen opgetogen en joelend met ons mee. De volwassenen die met school te maken hebben willen
bij het bezoek aanwezig zijn en dat wordt handen schudden! De kinderen zitten op hun plaats, moeten tegelijk opstaan, 
een ochtend-groet brengen en ons welkom heten. Iedereen is opgelaten en overal is er beweging. Kinderen van andere 
klassen verdringen zich in de deuropening en zijn blij en nieuwsgierig. Wij staan voorin de klas en voelen ons blij, opgelaten 
en onwennig. De taal zijn we niet meester, gelukkig helpt Tirta
ons hiermee. Een leerkracht  stelt ons voor aan Sudarsana, 
een forse jongen met een vriendelijk gezicht, die achterin
de klas zit. Ook aan Sudarma, een klein iel guitig jongetje vóór in 
de klas. Na het over en weer praten delen wij de spullen uit en
vele
kinderen bedanken spontaan, lachen naar ons, maken grapjes of
wensen ons iets liefs en goeds toe. Daarna komen alle kinderen 
ons één voor één bedanken. Helaas is Sudarsana de klos tijdens 
ons bezoek, want regelmatig geeft een leerkracht hem de opdracht, 
of duwt hem richting ons, om te bedanken. Ik vind het sneu, lach en
knipoog naar hem en laat de leerkracht tactisch weten dat 
Sudarsana al een paar keer heeft bedankt.  
Het bezoek voelt goed, maar geeft ons ook het vervelende gevoel 
dat we niet de héle school voldoende kunnen helpen. Dat is echt 
een naar gevoel, het is allemaal zo dubbel. We worden naar het 
kantoor geleid en daar gaan we nog in gesprek met diverse 
mensen van school.
We krijgen veel goede informatie over de school en subsidie van de regering. Schoolboeken komen te voorschijn en 
mogen we inkijken. Al gauw blijkt dat hulp héél hard nodig is, maar ook dat kleine beetjes hulp  écht wel helpen. Een paar
 
schriften doen al wonde
ren. Schriften worden wel een paar 
keer hergebruikt,steeds weer worden ze uitgegumd! 
(Ja, ja en onze kinderen maar zeuren over kaften en kleur.) 
Als we vertrekken zwaaien vele blije mensen ons uit en wij 
voelen ons klein, konden we maar meer doen.

Wat zijn deze mensen dankbaar!

De volgende dag staan er weer vele zakjes klaar omuit te 
delen. Nu gaan we naar Bugbug, naar de Lagere School 
van Agus Putra, SD No.7 klas 1.
 Dit is een kleine rustige 
school en maakt een strenge indruk. De kinderen zitten al 
in hun eigen klaslokaal, zodat wij niet het vervelende gevoel 
hoeven te hebben dat we niet iedereen zo goed als we 
willen kunnen helpen. Het is een rustig bezoek, waarbij we 
veel hulp nodig hebben van Donald voor de vertaling. 
2 Leraressen staan ons in klas 1 te woord. Kleine kinderen zitten stil, verlegen en wat schuw in hun banken.  
De juffrouw legt het een en ander uit aan de kinderen. Wij moeten op een bankje zitten, dit is allemaal niets voor mij.
Agus Putra wordt aan ons voorgesteld, wij kennen hem al, hij zit voorin de klas. Gelukkig mogen wij gauw de tasjes 
delen en hoe aardig of grappig ik dit ook probeer te doen, de kinderen blijven klein, stil en verlegen. De kinderen bedanken 
ons.
De juffrouw laat ons een doos zien met hard kartonnen letters en cijfers, die gebruikt worden bij het lesgeven.
Het is een doos vol, o.a. gekocht van het geld van Sama~Sama vorig jaar, het wordt veel gebruikt en men is er blij mee.
Door overrompeling en verlegenheid vergeten we te vragen om de spullen te laten zien die de scholen van onze compen-
satie hebben gekocht. Gelukkig houden we dit thuis bij en zien we in de klassen leskaarten hangen die met onze compen-
satie aangeschaft zijn. Men is erg vriendelijk en dankbaar. Ons bezoek aan deze klas is kort en krachtig, al gauw staan we 
weer buiten tot onze verbazing. Dat is echt Bali, je weet en raadt het nooit.

De volgende dag is het diploma uitreiking en grote vakantie. Vele kinderen zijn blij, ze zijn over naar het volgende jaar.
Sommige kinderen niet, van Sama~Sama is dit Widia, zij moet nog een jaartje de 3e klas overdoen. Widia is verdrietig 
en haar ouders zijn boos. Wij zijn dat niet en maken met vaste regelmaat duidelijk
aan de ouders dat resultaten niet het
allerbelangrijkste voor ons zijn; toekomst en levensgeluk zijn belangrijk!
Daar hoort lachen en spelen bij voor een kind, dát geeft de kracht om alles aan te kunnen.

Na bezoek aan de scholen denken wij dat we Sama~Sama wat af kunnen sluiten en zo aan onze vakantie kunnen 
beginnen. Maar dat valt tegen, er staan nog wat huisbezoekjes te wachten. Zo gaan we naar Fajar (9 jaar) waar we 
vriendelijk onthaald worden. Fajar speelt na lang aarzelen op een zijn muziekinstrument. We bezoeken Darma voor 
Nusribogantari, we eten bananen en jajas (cakejes) en praten over de toekomst. Voor volgend jaar dient zich een 
nieuw gezin aan voor compensatie voor o.a. Yola. Beide ouders hebben geen werk, dat ís er gewoon niet. 
Moeder probeert per dag 1 mandje groente te verkopen en daar moet het gezin het mee doen. De armoede slaat toe, 
ooit was er weinig vlees te eten voor de mensen, nu geen vlees en nog net een sliertje groente. En wij moeten blijven 
lunchen …… we moeten dat kleine nét voor ons geslachte minikippetje opeten. De appeltjes die we meekrijgen leggen 
we beschaamd op onze volle fruitschaal. We praten en bezoeken mensen die het moeilijk hebben, proberen oplossingen 
te vinden, werk te creëren, maar we kunnen niet veel meer doen dan luisteren.
Tóch treffen we geen verdrietige mensen, nee, de Balinees is sterk, vriendelijk, blij dat ze ons zien, dankbaar voor de 
aandacht en dat hele kleine beetje hulp. De gedachte dat ze niet worden vergeten houdt ze op de been. De kinderen 
huppelen, spelen nog steeds met stokjes, steentjes en blikjes. Jazeker, het kan erger, nog véél erger. Maar daar gaan 
we niet op wachten!
Natuurlijk maken we onze trips en genieten we van al die natuurlijke mooie rijkdom van Bali, de tempels, de apen, 
het heerlijke warme weer, de blauwe heldere zee, de kleurige klederdracht, de indrukwekkende ceremonies, 
het vallende fruit uit de bomen, de vriendelijke mensen. Maar onze gedachten dwalen iedere keer af naar ál die mensen 
die het zó moeilijk hebben.
Al die tegenstrijdige gevoelens voor een vredelievend volk.
Natúúrlijk hadden we ratten in ons hotel! De kippen die het etensafval opeten zijn zélf al lang opgegeten, 
maar ook de rat gaat het moeilijk krijgen!

 

Een klein handje schuift plotseling, zachtjes in de jouwe,

ze leidt je rond, in háár huis, háár dorp, naar háár school,

stap voor stap,

vol vertrouwen.